0203304855 info@ftamsterdam.nl

De Impact van een IC-opname

Als 64-jarige heb ik mijn fysieke en mentale tegenslagen gehad. Ik heb verschillende ziekenhuisopnames gehad, variërend van een appendix-ontsteking tot legionairsziekte. Ik ben een HIV-longterm-survivor, maar de impact van mijn IC-opname, vorig jaar juni, was wel heel ingrijpend. Niet alleen werd ik er totaal door overvallen, heeft mijn leven aan een zijden draadje gehangen en heeft het mijn lichaam tijdelijk gesloopt, ook psychisch heb ik het erg moeilijk gehad.

Begin juni 2019 kreeg ik keelpijn. Omdat het steeds pijnlijker werd en ik een drukke maand voor de boeg had, ging ik naar de huisarts die een ontstoken keel constateerde en antibiotica voorschreef. Ik heb de medicatie gelijk opgehaald en geslikt.
Na een uur werd de keelpijn steeds heftiger, ik kreeg ademhalingsproblemen en ik kon niet meer praten. Ik heb een
briefje geschreven ‘bel ambulance’ en ben naar de buren gelopen. Het wachten op die ambulance duurde lang. Ik raakte in paniek want ik kreeg geen lucht meer binnen, ik was doodsbenauwd, letterlijk en figuurlijk. Ik werd naar het VUmc gebracht. Daar aangekomen ging het licht uit.

Door een bacteriële infectie was mijn keel ontstoken geraakt en was er een zwelling ontstaan in mijn hals. Op de afdeling spoedeisende hulp ben ik geintubeerd en daarna naar IC gebracht, ik ben gesedeerd en weet van deze periode door wat de artsen en bezoek mij daarover later hebben verteld. Ik heb veel gedroomd en vreemde hallucinaties en (droom)beelden gehad. Ik herinner me ook de vele lichtjes van de monitoren.

Ik had hoge koorts, was erg onrustig.
Het duurde enige tijd voordat de bacterie werd herkend, er ontstond een abces op mijn luchtpijp, ik kreeg daarbij een longontsteking, hartritmestoornissen, trombose en uiteindelijk nog een delier. Na 20 dagen werd ik van de beademing afgehaald en overgebracht naar Medium Care.

Daar speelde het delier: ik heb de meest bizarre en vreemde dromen en hallucinaties gehad: vechten, een drugsdealer op mijn kamer, een politie-inval, kerstmis…
Ik was vier dagen op MC, herinner me daarvan weinig: dat mijn vork mijn mond niet vond, dat ik niet kon praten. Ik was mij toen nog niet bewust dat ik al zoveel dagen in het ziekenhuis was.

Daarna kwam ik op de afdeling interne geneeskunde met andere patiënten. Die laatste twee weken in het ziekenhuis was ik erg angstig, heb ik niet of nauwelijks geslapen. Heel langzaam begreep ik wat er was gebeurd.
Met de geestelijk begeleider ben ik teruggegaan naar de IC, een gebeurtenis die veel indruk op me maakte. Ik heb toen ook andere patiënten gezien die in dezelfde situatie waren als ik was geweest.

Op de kamer Interne Geneeskunde waar ik lag is in een medepatient overleden. Dat was aangrijpend en is een ervaring die in mijn geheugen gegrift is.
Langzaam kwam ik weer bij mijn positieven en wat overheerste was heimwee. Heimwee naar huis en naar mijn hond.

Om te laten zien dat ik weer enigszins zelfstandig kon lopen heb ik veel en hard gewerkt met de fysiotherapeut: ik moest nl laten zien dat ik kon lopen mbv een rollator en zelfstandig een trap kon op- en af gaan.

Na 5 weken werd ik uit het ziekenhuis ontslagen. Men had liever gezien dat ik nog was gebleven om te revalideren maar ik wilde echt naar huis.
Ik was 15 kilo afgevallen en kon nauwelijks lopen. Ik was heel moe en bang. Dankzij vrienden en
buren kon ik thuis m’n draai weer vinden.

Op de laatste dag van de ziekenhuisopname werd mij gevraagd of ik wilde meedoen met het Reach-onderzoeksproject (een project dat onderzoek doet naar fysiotherapie voor patienten na een IC-opname) en zo kwam ik in contact met Fysiotherapie & Training Amsterdam en met Jesper.

page1image35524352

De eerste weken kwam hij bij mij aan huis. Met hem heb ik de eerste stappen naar fysiek herstel gezet: hij leerde me hoe ik moest opstaan vanuit de bank, de eerste oefeningen om weer wat kracht in armen en benen te krijgen. Met Jesper heb ik de eerste stappen buitenshuis gedaan en na een week of drie hebben we samen gefietst, ik durfde dat nl niet alleen. In een schriftje wat ik toen bijhield is te lezen hoe moeizaam het soms was, hoe uitgeput ik was aan het eind van de dag en hoe pijnlijk mijn benen voelden. Ook de drukte op straat, de prikkels die dat veroorzaakten, zorgden voor veel stress.

Dat ik weer kon fietsen was voor mij heel belangrijk: ik werd zo mobieler en mijn wereld werd weer groter dan de straat waar ik woon, ik kon weer naar het park met de hond.

In deze periode heb ik geprobeerd een reconstructie te maken van wat me was overkomen: ziekenhuis- en doktersverslagen, vragen stellen, heel veel vragen stellen aan vrienden en familie die op bezoek waren geweest, zelfs een heel schema met data uitgewerkt zodat ik een overzicht had van wat er van dag tot dag gebeurd was.

Ik vond het een moeilijke tijd, vooral gericht om lichamelijk weer kracht op te bouwen en ook mentaal: om helder te krijgen wat en waarom mij dit was overkomen. Beide voelden heel belangrijk voor me.
Voor de IC-opname liep ik veel met mijn hond Tex. Aan sport of training deed ik niet.

Met een stappenteller ben ik mijn loopafstanden gaan vastleggen. Van 6000 naar 8000 naar 10.000 in september, dat werkte motiverend.

Vanaf half augustus ben ik naar de Lijnbaansgracht gegaan, elke week 2 keer. Ik was in geen 30 jaar in een sportschool geweest. Ik moest een barrière over en Jesper heeft dat subtiel aangepakt en mij over mijn gêne heen geholpen.
Na weer een aantal weken training leerde ik zelfstandig om te gaan met verschillende apparaten om de beenspieren sterker te maken en voor mijn conditie stond ik ook op de crosstrainer. Daarnaast werkte Jesper een half uur met me.

Na een paar maanden voelde ik me weer als vanouds, ik kreeg aardigheid in het trainen want ik voelde me lichamelijk goed. Ik denk nu dat ik er zelfs fysiek beter voorsta dan voor mijn ziekenhuisopname.

En toen kwam december. Na het fysieke herstel kwamen de emoties.Het was er zomaar, ineens: flashbacks, herinneringen die terugkwamen, nachtmerries, angst om te gaan slapen. Ik werd vreselijk depressief en vooral verdrietig, heel verdrietig. Ik heb nooit eerder zoveel gehuild. Steeds meer kwam terug. Het was ook verwarrend omdat ik vaak niet wist of iets echt was gebeurd of dat ik dat had gedroomd.

Gelukkig kwam er in diezelfde periode een aanbod voor nazorg bij het VUmc en dat heb ik met beide handen aangegrepen.

Dat gesprek vond plaats in januari 2020 op de IC en ik heb daar met een verpleegkundige mijn ervaringen verteld. Ook zijn we nog naar de plek geweest waar ik was opgenomen. Ik werd ook voorgesteld aan een verpleegkundige die de eerste nachten voor mij gezorgd had. Dat was een heel bijzondere ontmoeting die ook weer heftige emoties opriep.

In het gesprek werd mij aangeraden toch wat te doen met (kennelijk) onverwerkte ervaringen rond de IC-opname.
Dat advies heb ik ter harte genomen en ik leerde zo van het bestaan van
het post- IC-syndroom (PICS).

Om daar wat aan te doen heb ik gekozen voor EMDR-therapie (eye movement desensitisation and reprocessing).
Je bent tegelijkertijd bezig met je verleden (herinneringen) en met het heden (oogbewegingen) waardoor je leert die traumatische gebeurtenissen te verwerken.

Die sessies begonnen in februari, (een maand voor de coronacrisis) met als doel mijn nare ervaringen een plek te geven, leren beter om te gaan met verdriet en afsluiting te vinden van een periode.
Het was een bijzondere therapeutische ervaring, vooral de eerste sessies vond ik echt opzienbarend. Ik heb een aantal nare herinneringen en beelden een plek kunnen geven en ik kan daar nu ook over praten zonder van streek te raken.
Tijdens de coronacrisis ging de therapie online verder. Er kwam in die periode veel informatie in de media voorbij over IC-opnames, beademing, de gevolgen. Veel daarvan was heel herkenbaar en in de therapie kon ik dat dan weer kwijt. Die herkenbaarheid was ook een vorm van erkenning: ik was niet de enige, ik stelde me niet aan.

En toen kwam 4 juni 2020,1 jaar later. Die datum werd steeds belangrijker omdat ik afsluiting wilde, ik wilde er klaar mee zijn.
Ik heb met familieleden, vrienden en kennissen ervaringen gedeeld, waarvan ik wilde dat zij op de hoogte waren, dus ook de psychische problemen achteraf. Ik heb contact gezocht (en gevonden) met de ambulanceverpleegkundige die mij op die bewuste dag naar het VUmc bracht, ik heb kennis gemaakt met de verpleegkundige die de eerste drie nachten op de IC bij me was.

Van dat voornemen (4 juni-closure-dag) komt niet veel terecht want kennelijk ben ik er nog niet klaar mee. Ik wordt nog steeds emotioneel, vooral wanneer ik erover lees, hoor, of herkenbare situaties zie.
Dus ik blijf fysiek bezig, ik blijf trainen. Ik sport ook om afleiding te zoeken als ik pieker of somber ben.

En met de psycholoog is een preventie-terugvalplan opgesteld: ik weet wat ik moet doen als ik somber, prikkelbaar, onrustig word. En soms verdrietig zijn is niet erg.
Of ik cognitief een krasje heb opgelopen durf ik niet te zeggen. Ik heb meer moeite met herinneren van namen en woordvindingsproblemen.

Dat is het wel zo’n beetje, geloof ik. Het verhaal is verteld, ik ga weer verder met mijn leven.

NvdH

Afspraak maken

Wilt u een afspraak maken bij een fysiotherapeut in Amsterdam? Neem dan contact.

Afspraak maken

Wilt u een afspraak maken bij een fysiotherapeut in Amsterdam? Neem dan contact.